“Verwacht niet veel stoten te raken. Dat doet niemand. Niet tijdens het sparren, tenminste.”
Ze keek nu naar zijn handschoenen, ze voelde aankomen dat er nog een aanval kwam. Maar toen vond er een vreemde transformatie plaats in haar verbeelding.
De handschoenen veranderden in één vlam; de witte sissende vlam van een gasbrander. Ze was weer opgesloten in de duisternis, een gevangene van de sadistische moordenaar Peterson. Hij speelde met haar, liet haar de vlam ontwijken om te ontsnappen aan de schroeiende hitte.
Maar ze was het zat om vernederd te worden. Deze keer was ze vastberaden om terug te vechten. Toen de vlam naar haar gezicht sprong, maakte ze gelijktijdig zowel een duikende beweging als een harde stoot die niet landde. De vlam kwam met een hoek op haar af, en ze verweerde zich met een directe die ook niet raakte. Maar voordat Peterson nog een beweging kon maken, gooide ze een uppercut, en voelde ze die impact op zijn kin...
"Hé!” schreeuwde Rudy.
Zijn stem bracht Riley terug naar het heden. Rudy lag gestrekt op zijn rug op de mat.
Hoe is hij daar terechtgekomen? vroeg Riley zich af.
Toen besefte ze dat ze hem geraakt had, hem hárd geraakt had.
“O god!” schreeuwde ze. “Rudy, het spijt me!”
Rudy grinnikte en stond weer op.
“Dat is niet nodig,” zei hij. “Dat was goed.”
Ze gingen weer verder met sparren. De rest van de training gebeurde er niet veel meer, en geen van hen raakte nog een stoot. Maar nu voelde het allemaal goed voor Riley. Mike Nevins had gelijk. Dit was precies de therapie die ze nodig had.
Toch bleef ze zich afvragen wanneer ze ooit van de nare herinneringen af zou komen.
Misschien nooit, dacht ze.
*
Riley sneed haar biefstuk gretig aan. De chef bij Blaine’s Grill was geweldig in het maken van minder gebruikelijke gerechten, maar na de work-out van vandaag had ze zin in een goede biefstuk en een salade. Haar dochter, April, en haar vriendin Crystal hadden burgers besteld. Blaine Hildreth, de vader van Crystal, was in de keuken, maar hij zou ieder moment terugkomen om zijn mahi-mahi op te eten.
Riley keek met een diep gevoel van tevredenheid rond in de comfortabele eetzaal. Ze besefte dat er niet genoeg warme avonden als deze in haar leven waren, met vrienden, familie en lekker eten. De taferelen waar ze tijdens haar werk mee in aanraking kwam waren vaak veel lelijker en verontrustender.
Over een paar dagen moest ze getuigen in een hoorzitting voor een kindermoordenaar die vervroegd uit de gevangenis wilde komen. En ze moest ervoor zorgen dat dat niet gebeurde.
Een paar weken geleden had ze een schokkende zaak in Phoenix afgerond. Zij en haar partner, Bill Jeffreys, hadden een moordenaar gepakt die prostituees vermoordde. Riley had nog steeds niet het gevoel dat ze veel goeds had gedaan met het oplossen van die zaak. Ze wist nu meer dan ze wilde weten over een hele wereld van uitbuiting van vrouwen en meisjes.
Maar ze was vastbesloten om die gedachten nu niet toe te laten. Ze voelde zich wat ontspannen. Uit eten gaan met een vriend en hun kinderen herinnerde haar aan hoe een normaal leven zou kunnen zijn. Ze woonde in een goed huis en werd steeds hechter met een goede buurman.
Blaine kwam terug en ging zitten. Riley kon het niet laten om weer te zien hoe aantrekkelijk hij was. Zijn terugtrekkende haarlijn gaf hem een aangename, volwassen uitstraling en hij was slank en fit.
“Sorry,” zei Blaine. “Deze zaak loopt prima zonder me als ik er niet ben, maar zodra ik er ben heeft ineens iedereen mijn hulp nodig.”
“Komt me bekend voor,” zei Riley. “Ik hoop dat zolang ik uit het zicht blijf, de Behavioral Analysis Unit me voor even vergeet.”
April zei, “Geen schijn van kans. Ze zullen snel wel weer bellen. En dan wordt je weer naar een ander deel van het land gestuurd.”
Riley zuchtte. “Het zou fijn zijn om niet op ieder moment oproepbaar te zijn.”
Blaine nam een hap van zijn mahi-mahi.
“Heb je wel eens een carrièreswitch overwogen?” vroeg hij.
Riley haalde haar schouders op. “Wat zou ik anders moeten doen dan? Ik ben al bijna heel mijn volwassen leven een agent.”
“O, ik weet zeker dat een vrouw met jouw talenten van alles zou kunnen doen,” zei Blaine. “Waarvan het meeste veiliger zou zijn dan FBI agent.”
Hij dacht even na. “Ik zie me jou wel voor me als lerares,” voegde hij toe.
Riley grinnikte. “Denk je dat dat veiliger is?” vroeg ze.
“Ligt eraan waar je les zou geven,” zei Blaine. “Wat dacht je van de universiteit?”
“Hé, dat is nog best een idee, mam,” zei April. “Dan hoef je niet de hele tijd rond te reizen. Maar kan je wel nog steeds mensen helpen.”
Riley zei niks terwijl ze het overdacht. Lesgeven op de universiteit zou niet heel anders zijn dan het lesgeven op de academie van Quantico. Ze had daar plezier in gehad. Het gaf haar altijd de kans om even op te laden. Maar zou ze fulltime lerares willen zijn? Kon ze echt de hele dag in een gebouw zitten zonder enige actie?
Ze prikte met haar vork in een champignon.
Ik denk dat ik ook een champignon zou worden, dacht ze.
“En privédetective?” vroeg Blaine.
“Ik dacht het niet,” zei Riley. “Een beetje op zoek gaan naar de geheimen van echtparen in scheiding, nee, dat is niks voor mij.”
“Dat is niet alles wat privédetectives doen hoor,” zei Blaine. “Wat dacht je van verzekeringsfraude onderzoeken? Hé, ik heb een kok die arbeidsongeschikt is, hij zegt dat hij rugproblemen heeft. Ik weet zeker dat hij slechts doet alsof, maar ik kan het niet bewijzen. Je zou daar eens kunnen beginnen.”
Riley lachte. Blaine maakte natuurlijk maar een grapje.
“Of je kunt zoeken naar vermiste mensen,” zei Crystal. “Of vermiste huisdieren.”
Riley lachte weer. “Dat zou me zeker het gevoel geven dat ik iets goeds voor de wereld deed!”
April was niet meer betrokken in het gesprek. Ze was op haar telefoon aan het typen en giechelen. Crystal leunde over de tafel naar Riley.
“April heeft een nieuw vriendje,” zei Crystal. “Ik vind hem maar niks,” voegde ze er geluidloos aan toe.
Riley vond het irritant dat haar dochter de anderen aan de tafel negeerde.
“Stop daar eens mee,” zei ze tegen April. “Het is onbeleefd.”
“Hoezo is het onbeleefd?” zei April.
“We hebben het hier al over gehad,” zei Riley.
April negeerde haar en typte een berichtje.
“Doe die telefoon weg,” zei Riley.
“Één minuut, mam.”
Riley hield een zucht in. Ze wist allang dat “één minuut” in tienertaal “nooit” betekende.
Precies op dat moment trilde haar eigen telefoon. Ze was boos op zichzelf dat ze hem niet op stil had gezet toen ze thuis vertrok. Ze keek op haar telefoon en zag dat het een bericht was van haar FBI partner, Bill. Even overwoog ze om het bericht ongelezen te laten, maar ze kon zich niet inhouden.
Terwijl ze het berichtje opende, zag ze hoe April naar haar grinnikte. Haar dochter genoot van de ironie. Terwijl ze vanbinnen kookte, las Riley het bericht van Bill.
Meredith heeft een nieuwe zaak. Hij wil het ZSM met ons bespreken.
Special Agent in Charge Brent Meredith was de baas van Riley, en ook van Bill. Ze was ontzettend loyaal aan hem. Buiten dat hij een goede en eerlijke baas was, had hij ook vaak zijn nek voor Riley uitgestoken als ze weer eens problemen had met het bureau. Alsnog was Riley vastberaden om zich, tenminste voor nu, niet in de zaak mee te laten slepen.
Ik kan niet reizen nu, sms’te ze terug.
Het is hier in de buurt, antwoordde Bill.
Verslagen schudde Riley haar hoofd. Het zou niet makkelijk zijn om voet bij stuk te houden.
Ik kom er later op terug, stuurde ze terug.
Er kwam geen antwoord, en Riley stopte de telefoon terug in haar tas.
“Dat was toch onbeleefd, mam,” zei April op een chagrijnige, stille toon.
April was nog steeds aan het sms’en.
“Ik ben klaar met mijn bericht,” zei ze. Ze probeerde haar irritatie niet in haar stem door te laten schemeren.
April negeerde haar. Riley’s eigen telefoon trilde weer. Ze vloekte zachtjes. Ze zag dat dit bericht van Meredith zelf was.
Wees morgenochtend om 9 uur bij de BAU bijeenkomst.
Riley zocht naar een excuus, maar er volgde nog een bericht.
Dat is een bevel.
HOOFDSTUK TWEE
Riley voelde de moet in haar schoenen zakken toen ze keek naar de twee afbeeldingen op de schermen in de vergaderzaal van de BAU. De ene was een foto van een zorgeloos meisje met heldere ogen en een stralende lach. De andere was een foto van haar lijk, dat totaal uitgemergeld was en waarvan de armen in een vreemde positie lagen. Aangezien haar bevolen was om naar deze bijeenkomst te komen, wist Riley dat er meer slachtoffers zoals deze moesten zijn.
Sam Flores, een slimme labtechnicus met een bril met zwart montuur, was bezig met het beeldscherm voor de vier andere agenten rondom de tafel.
“Dit zijn foto’s van Metta Lunoe, zeventien jaar oud,” zei Flores. “Haar familie woont in Collierville, New Jersey. Haar ouders hebben haar in maart als vermist opgegeven–weggelopen.”
Hij bracht een grote kaart van Delaware op het scherm en wees een locatie aan met een laserpointer.
“Haar lijk werd gevonden in een veld net buiten Mowbray, Delaware, op zestien mei.” zei hij. Haar nek was gebroken.”
Flores toonde nog een tweetal afbeeldingen, de ene van een levendig jong meisje, de ander van hetzelfde meisje maar compleet verwelkt, met haar armen op vergelijkbare manier neergelegd.
“Deze foto’s zijn van Valerie Bruner, ook zeventien, die was weggelopen uit Norbury, Virginia. Ze raakte vermist in april.”
Flores wees nog een locatie op de kaart aan.
“Haar lichaam werd gevonden op een zandweggetje vlakbij Redditch, Delaware, op twaalf juni. Duidelijk dezelfde MO als de moord hiervoor. Agent Jeffreys was betrokken in het onderzoek.”
Riley voelde zich overrompeld. Hoe kon Bill nou aan een zaak gewerkt hebben zonder haar? Toen herinnerde ze zich het weer. In juni had ze in het ziekenhuis gelegen, om te herstellen van die vreselijke gebeurtenissen in de kooi van Peterson. Alsnog was Bill regelmatig in het ziekenhuis op bezoek gekomen. Hij had nooit verteld dat hij aan deze zaak werkte.
Ze draaide zich naar Bill.
“Waarom heb je hier niks over gezegd?” vroeg ze.
Bills gezicht was grimmig.
“Het was geen goed moment,” zei hij. “Jij had je eigen problemen.”
“Wie was je partner?” vroeg Riley.
“Agent Remsen.”
Riley herkende die naam. Bruce Remsen was uit Quantico overgeplaatst voordat ze terug naar werk was gekomen.
Na een korte pauze voegde Bill toe “Ik kreeg de zaak niet opgelost.”
Nu snapte Riley zijn gezichtsuitdrukking en toon. Zij en Bill waren al jarenlang vrienden en partners, en zij begreep Bill beter dan wie dan ook. En ze wist dat hij diep teleurgesteld in zichzelf was.
Flores toonde de foto’s die de lijkschouwer gemaakt had van de ontblote ruggen van de meisjes. De lichamen waren zo weggekwijnd dat ze bijna niet echt leken. Beide ruggen zaten vol met oude littekens en nieuwe blauwe plekken.
Riley voelde het ongemak aan haar knagen. Ze was onthutst door dit gevoel. Sinds wanneer werd ze misselijk van foto’s van lijken?
Flores zei, “Ze waren beiden bijna tot aan de dood uitgehongerd voordat hun nek gebroken werd. Ze waren ook flink mishandeld, waarschijnlijk over lange tijd. De lichamen zijn post mortem naar de vindplaatsen gebracht. We hebben geen idee waar ze daadwerkelijk vermoord zijn.”
Riley probeerde het onbehagen de baas te blijven en dacht na over gelijkenissen met andere zaken die zij en Bill de laatste maanden hadden opgelost. De zogenaamde “poppenmoordenaar” had de lichamen van zijn slachtoffers neergelegd waar ze makkelijk te vinden waren, gepositioneerd op groteske, popachtige manieren. De “kettingmoordenaar” hing de lichamen van zijn slachtoffers in de lucht, ingepakt in dikke kettingen.
Flores bracht nu nog een afbeelding van een jonge vrouw op, een vrolijk uitziende vrouw met rood haar. Ernaast was een foto van een krakkemikkige, lege Toyota.
“Dit is de auto van een vierentwintigjarige Ierse immigrante genaamd Meara Keagan,” zei Flores. “Ze is gisterochtend als vermist opgegeven. Haar auto werd gevonden vlakbij een appartementencomplex in Westree, Delaware. Ze werkte daar voor een gezin als dienstmeid en kinderoppas.”
Nu was Special Agent in Charge Brent Meredith aan het woord. Hij was een indrukwekkende, grote Afro-Amerikaan met een vierkant gezicht en een houding die geen onzin duldde.
“Ze was klaar met haar dienst om elf uur eergisteravond,” zei Meredith. “De auto werd de volgende dag vroeg in de ochtend gevonden.”
Special Agent in Charge Carl Walder leunde naar voren in zijn stoel. Hij was de baas van Brent Meredith; een man met een kinderlijk gezicht met sproeten en krullend koperkleurig haar. Riley vond hem niet aardig. Ze vond hem ook niet echt competent. Het hielp niet dat hij haar eens ontslagen had.
“Waarom denken we dat deze vermissing verband houdt met de moorden?” vroeg Walder. “Meara Keagan is ouder dan de andere slachtoffers.”
Nu sprak Lucy Vargas. Ze was een slimme jonge nieuweling met donker haar, donkere ogen en een donkere huidskleur.
“Je ziet het als je kijkt naar de kaart. Keagan is verdwenen in hetzelfde gebied waar de twee lichamen gevonden zijn. Het zou toeval kunnen zijn, maar dat lijkt niet waarschijnlijk. Niet binnen vijf maanden, allemaal zo dicht bij elkaar.”
Ondanks haar gevoel van ongemak genoot Riley ervan dat Walder een beetje huiverde. Zonder dat ze dat zo bedoeld had, had Lucy hem op zijn plaats gezet. Riley hoopte maar dat hij Lucy hier niet later voor zou terugpakken. Zo flauw was Walder wel.
“Dat is correct, Agent Vargas,” zei Meredith. “We denken dat de jongere meisjes zijn ontvoerd terwijl ze probeerden te liften. Waarschijnlijk ergens langs de snelweg die door dit gebied loopt.” Hij wees naar een lijn op de kaart.
“Is liften niet verboden in Delaware?” vroeg Lucy. “Dat is natuurlijk wel moeilijk om te handhaven,” voegde ze toe.
“Daar heb je gelijk in,” zei Meredith. “En dit is ook niet een van de hoofdsnelwegen, dus lifters zullen hier ongetwijfeld gebruik van maken. En de moordenaar blijkbaar ook. Een lichaam werd langs deze weg gevonden en de twee andere binnen vijftien kilometer. Keagan werd ongeveer negentig kilometer verder naar het noorden langs deze weg ontvoerd. Hij heeft bij haar een andere truc gebruikt. Als hij zijn gewoonlijke patroon volgt, zal hij haar gevangenhouden tot ze bijna doodgehongerd is. Dan breekt hij haar nek en laat hij haar lichaam achter zoals we eerder hebben gezien.”
“Dat gaan we niet laten gebeuren,” zei Bill met samengeknepen stem.
Meredith zei, “Agenten Paige en Jeffreys, ik wil dat jullie hier meteen mee aan de slag gaan.” Hij schoof een beige map vol foto’s en verslagen over de tafel naar Riley. “Agent Paige, hier is alle informatie die je nodig hebt om je op de hoogte te brengen.”
Riley stak haar hand uit naar de map. Maar haar hand trok zich terug met een spasme van vreselijke angst.
Wat is er met me aan de hand?
Haar hoofd duizelde en onscherpe beelden kregen vorm in haar hersenen. Was het PTSS van de Petersonzaak? Nee, dit was anders. Dit was iets totaal anders.
Riley stond op uit haar stoel en vluchtte de vergaderzaal uit. Terwijl ze door de gang naar haar kantoor rende, werden de beelden in haar hoofd scherper en scherper.
Het waren gezichten; gezichten van vrouwen en meisjes.
Ze zag Mitzi, Koreen en Tantra; jonge callgirls die met nette kleding hun vernedering maskeerde, zelfs voor zichzelf.
Ze zag Justine, een oudere hoer die aan de bar zat met een drankje, moe en verbitterd en klaar om een lelijke dood te sterven.